
Klimaatverandering wordt nog vaak benaderd als een duurzaamheidsvraag-stuk. Maar volgens Rita de Graauw, Coöperatief Directeur Midden-Brabant bij Rabobank, is dat beeld te beperkt. Klimaatrisico’s raken namelijk ook de waarde, financierbaarheid en verzekerbaarheid van vastgoed. Juist daarom is het volgens haar belangrijk dat ondernemers en vastgoedeigenaren zich daar nu al in verdiepen.
In aanloop naar de Collegetour over klimaatrisico’s en vastgoed deelt Rita haar blik op dit vraagstuk. Vanuit Rabobank kijkt zij niet alleen naar maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook naar de financiële gevolgen ervan voor bedrijven, panden en bedrijventerreinen.
Risico
Vanuit haar rol kijkt Rita dagelijks naar grote maatschappelijke transities, waaronder energie, wonen en klimaat. Daarbij draait het niet alleen om ambities of beleid, maar ook om de vraag wat die ontwikkelingen financieel betekenen voor bedrijven en vastgoedbezitters. Dat is volgens haar ook logisch. “Een bank kijkt altijd vooruit en is gericht op risico’s mitigeren”, zegt Rita. “Als een pand minder waard wordt, moeilijker te verzekeren is of op termijn minder goed financierbaar wordt, raakt dat niet alleen de eigenaar, maar ook de bank.” Daarmee is klimaatadaptatie niet alleen een duurzaamheidsvraagstuk, maar ook een zakelijk en financieel vraagstuk.
Water
Als het gaat over klimaatrisico’s bij vastgoed, komt één thema steeds terug: water. Dan gaat het met name om hevige piekbuien en wateroverlast. In het publieke debat ligt de nadruk nog vaak op woningen, terwijl bedrijfsvastgoed minstens zo relevant is. Zeker op bedrijventerreinen, waar veel verhard oppervlak ligt en water minder makkelijk de grond in kan.
Juist daar zit een groot risico. “Extreme neerslag kan leiden tot schade aan panden, problemen met funderingen en hogere kosten op de lange termijn. En hoewel veel mensen zo’n bui nog steeds zien als een incident, laat de praktijk iets anders zien. De pieken worden frequenter en heviger.” zegt Rita.
Urgentie
Toch voelen veel ondernemers en vastgoedeigenaren die urgentie nog niet echt. Klimaatverandering is zichtbaar, maar de financiële gevolgen zijn voor veel mensen nog niet direct merkbaar. Rita trekt daarbij een parallel met de ontwikkeling rond energielabels van woningen. “Zolang de consequenties niet concreet zijn in waarde, rente of financiering, blijft beweging vaak uit.”
Voor klimaatadaptatie bij bedrijfsvastgoed is dat kantelpunt nog niet bereikt. Juist daarom is dit het moment om het gesprek te voeren. Niet vanuit doemdenken, maar vanuit verstandig vooruitkijken. Niets doen is ook een keuze, en vaak uiteindelijk de duurdere.
Waarde
Wie nu investeert in aanpassingen, investeert in de toekomstbestendigheid van het pand. Want ook al is niet precies te zeggen wanneer klimaatrisico’s financieel zwaarder gaan meewegen, de richting is wel duidelijk. Een pand dat beter bestand is tegen hitte, wateroverlast en andere klimaateffecten, staat er op termijn simpelweg beter voor dan een pand dat kwetsbaar blijft.
“Je maakt nu misschien kosten, maar bent daarmee later vaak hogere kosten voor,” zegt Rita. “Uitstellen leidt uiteindelijk niet alleen tot meer schade, maar kan er ook voor zorgen dat vastgoed minder aantrekkelijk of minder waard wordt.”
Groen
Een deel van de oplossing ligt opvallend dichtbij. “Bij bestaande bedrijventerreinen begint klimaatadaptatie vaak met vergroenen. Minder verharding, meer groen en meer ruimte om water op te vangen en in de bodem te laten zakken. Dat is niet alleen prettiger voor de omgeving en gezonder voor mensen die er werken, maar ook gewoon noodzakelijk om toekomstige risico’s te beperken” vertelt Rita.
Daarmee verschuift vergroening van iets vrijblijvends naar iets strategisch. Niet alleen mooi meegenomen, maar een maatregel die bijdraagt aan de waarde en weerbaarheid van vastgoed.
Perspectief
Precies dat maakt Rita’s bijdrage aan de Collegetour interessant. Waar klimaatadaptatie nog vaak in de groene hoek wordt geplaatst, brengt zij nadrukkelijk het bankperspectief in. Hoe kijkt een bank naar deze ontwikkeling? Welke risico’s ziet zij? En wat kan dat in de toekomst betekenen voor ondernemers en vastgoedeigenaren?
Dat perspectief helpt om het onderwerp concreter te maken. Niet alleen als maatschappelijke opgave, maar ook als iets dat direct raakt aan de bedrijfsvoering en de waarde van het pand.
Collegetour
Waarom zouden ondernemers en vastgoedeigenaren juist nu naar de Collegetour moeten komen? Op dat punt is Rita helder. “Als je op de centen let, dan moet je hier nu iets doen”, zegt ze. En liever niet pas op het moment dat het stormt.
Juist daarom belooft deze Collegetour meer te worden dan een gesprek over klimaat en vastgoed. Het wordt ook een gesprek over risico’s, timing en toekomstbestendig ondernemen.
Meer nieuws
Wat betekent GACS voor eigenaren van utiliteitsgebouwen?
Naast losse energiebesparende maatregelen wordt ook slim gebouwbeheer steeds belangrijker. Vooral bij grotere gebouwen kan daar veel winst in zitten. Daarom krijgen ook gebouwautomatisering en controle een grotere rol. Wat is het? GACS staat voor een gebouwautomatiserings- en controlesysteem. Zo’n systeem helpt om installaties in een gebouw beter te monitoren, te analyseren en waar nodig bij te sturen. Het gaat bijvoorbeeld om het volgen van energieverbruik, het opsporen van rendementsverlies en het slimmer laten samenwerken van technische systemen in een gebouw. Voor wie geldt het? De verplichting geldt voor utiliteitsgebouwen met een verwarmings- of airconditioningssysteem van meer dan 290 kW. Voor die gebouwen
Wat betekent de energiebesparingsplicht voor ondernemers?
Energiebesparing is voor veel ondernemers interessant omdat het kosten scheelt. Maar voor sommige bedrijven is het niet alleen slim, het is ook verplicht. Dat heet de energiebesparingsplicht. Wat is het? De energiebesparingsplicht betekent dat bedrijven en instellingen energiebesparende maatregelen moeten nemen die zich binnen vijf jaar of minder terugverdienen. De Erkende Maatregelenlijst (EML) helpt daarbij. Op die lijst staan veelvoorkomende maatregelen voor gebouwen, faciliteiten en processen. Voor wie geldt het? De plicht geldt voor locaties met een relevante milieubelastende activiteit én een jaarlijks energiegebruik van minimaal 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent). Heeft een locatie een energiebesparingsplicht, dan moet
Pilot toont grote besparingskansen op de Bossche bedrijventerreinen Rietvelden, Vutter en Ertveld
Energiebesparing staat bij veel ondernemers inmiddels hoog op de agenda. Niet alleen vanwege de energiekosten, maar ook door netcongestie, toenemende druk op het elektriciteitsnet en strengere wet- en regelgeving. Tegelijk blijkt het in de praktijk vaak lastig om te bepalen waar je begint en welke maatregelen echt prioriteit hebben. Een recent onderzoek op de Bossche bedrijventerreinen Rietvelden, Vutter en Ertveld laat zien dat er nog veel winst te behalen is. Zestien bedrijven lieten via Klimaatroute een scan uitvoeren. Daaruit blijkt dat zij samen nog ongeveer 27 procent op elektriciteit en 30 procent op gas kunnen besparen. Dat komt neer op een
Update local energy hub: inzicht in netburen is de volgende stap
Het elektriciteitsnet zit vol. Dat merken ook ondernemers op de Bossche bedrijventerreinen. Uitbreiden, verduurzamen of extra vermogen aanvragen is niet meer vanzelfsprekend. Juist daarom verkennen we binnen Grote Oogst de mogelijkheden van een local energy hub op Rietvelden, Vutter en Ertveld. Een energy hub is in de kern een samenwerking tussen bedrijven die hun opwek, verbruik en opslag van energie beter op elkaar afstemmen. Daarmee kun je beschikbare netcapaciteit slimmer benutten en lokaal meer ruimte creëren. De afgelopen periode is onderzocht hoe die samenwerking er in Den Bosch uit zou kunnen zien. Daarbij is gekeken naar energiedata, verbruiksprofielen en de
































